Kaardebol

De grote kaardebol is een geweldige plant met zijn bijna architectonische uitstraling. De bladeren vormen een soort kommetje waar na de regen water in blijft staan. Ik heb er wel eens een merel water uit zien drinken. En in het najaar goed voor putters. Zoals vandaag! De eerste putter in onze nieuwe tuin.

Zugunruhe

Al dagen heb ik er last van: het gevoel dat de vogeltrek mij door de vingers glipt. Ik heb vakantie en het vliegt gigantisch. Dagelijks sneuvelen er records. Maar ik heb klussen te doen in het nieuwe huis en rijd de kinderen van het ene naar het andere logeeradres. Tussendoor sta ik in de tuin om ook iets mee te krijgen van het koper-, kollen- en kramsengeweld, deelgenoot te worden van het fenomeen vogeltrek.
Toch weet ik het niet. Ik krijg het koud en grijp weer naar kwast en kitspuit.
’s Nachts lig ik wakker. Onrustig. Ik vlieg naar het zuidwesten en sta opeens op mijn trektelstekkie aan de rand van Houten. Het uitzicht is weids, de zonsopkomst gloedvol. De lucht sijpelt vol vogels en een rode wouw glijdt langzaam voorbij.

Een arend in de tuin

“Papa, papa, er zit een arend in de tuin!” Koen roept zijn longen uit z’n lijf, alsof hij inderdaad een arend ziet. Als ik vanaf zolder eindelijk beneden ben, zie ik geen arend maar wel iets heel leuks: een sperwer in de tuin van de buren! Een vrouwtje. “Ze vloog tegen het raam,” zegt Koen. Ze heeft een lamme vleugel, zie ik. Een vogelafdruk staat op het raam…
Nee, ze houdt haar vleugel over iets heen! Het beweegt en is grijs. Een Turkse tortel. De afdruk op het raam is van de duif die niet snel genoeg kon ontkomen aan de klauwen van de sperwer. Het duifje probeert in allerlei stuiptrekkingen te ontsnappen, maar de sperwer kent geen genade. Ze heeft honger en moet eten. Terwijl de duif nog wat spartelt, begint ze te plukken. Eerst eet ze de kop, daarna de buik. Na een half uur is van de duif niet veel meer over dan een half afgekloven kippenbout. Ze neemt hem mee als ze wegvliegt, een ontploft donskussen achterlatend.

Samen meedoen aan de nationale spinnentelling

Meegedaan met de spinnentelling van dit weekend, samen met Anna (8) en Luuk (11). Voor Luuk een echte challenge, want hij is panisch voor spinnen. We begonnen met de venstersectorspin: leuk spinnetje die verantwoordelijk is voor de vele wielwebben voor de ramen. Al snel noemden we dit de “taartpuntspin”, vanwege het ontbreken van één taartpunt in het web. Wat apart, die ontbrekende taartpunt was me nog nooit eerder opgevallen!
Anna ontdekte daarna een broeikasspin onder een laag tafeltje. Knappe vondst. We struinden door de tuin en zagen in de hulst veel lege “hangmatten”. Niet veel later liet ook de fraai gekleurde herfsthangmatspin zich zien. Die vonden we al wat griezeliger met z’n lange poten. Nog langere poten had een hooiwagen die zich probeerde te verstoppen. Ten slotte zagen we een enorm wielweb, met een dikke kruisspin ernaast. Die was toch wel een beetje té eng. De telling moest maar over zijn. Later in de middag nog eens terug naar de hulst. Wát een boel spinnen erin!

Van wateroverlast naar wadi

Sinds de aanleg van de tuin bleef steeds heel wat water staan op ons terras. Een paar gaten met grind naast het terras hielpen helaas onvoldoende.

Wat te doen? Natuurlijk: het water de tuin in laten stromen! Omdat ik toch al niet heel tevreden was met de bloemenweide, besloten we die te verdiepen tot wadi en opnieuw in te zaaien. Dik twee kuub grond is vorige week verwijderd en we waren een wadi rijker. Regenwater stroomde nu netjes van het terras de wadi in, maar bleef vervolgens dáár dagenlang staan. Ook niet de bedoeling, want we willen daar een veld met bloemen, geen vijver 🙂 . Met behulp van een grondboor ontdekten we dat er een dikke kleilaag zit op 1,20 meter diepte onder de tuin.
Van die grijze glimmende klei waar niks doorheen wil. Boetseerklei.
Vandaag de laatste rigoreuze stap gezet: de wadi tot 1,50m diep afgegraven (voorbij de klei tot aan een zandlaag) en een infiltratiekrat van 300liter geplaatst. Daarna alles weer bedekt met grond. Oef, mijn rug vond het wat minder, maar onze tuin is nu helemaal climate proof! 

Sleedoornpage in de tuin!

Sleedoornpage. Eén van de mooiste dagvlinders van Nederland. Een soort waar ik heimelijk op hoopte ooit een keer in Zwolle te zien. Jaarlijks is er een handje geluksvogels die dat overkomt, maar het blijft sprokkelen. Tegen beter weten in ben ik meerdere keren wezen zoeken bij veelbelovende Sleedoornstruwelen, maar zonder succes.
En toen wierp ik vanavond weer eens een verstrooide blik richting tuin. Er fladderde een vlinder. Middelgroot. Lichtbruin. Het streek neer op de Septemberkoning… SLEEDOORNPAGE!
Een paar gelukzalige minuten volgden. Ik riep iedereen erbij en we genoten. Van het staartje, de zwart-wit gestreepte antennes, het lichtgrijze lijfje, en dan die vleugels!
Dat het geen gemakkelijke vlinder is om te zien blijkt wel uit het aantal waarnemingen in Zwolle: slechts twee imago’s in heel 2020. Ik ben een gelukkig mens.