Huismerel in de rui

We hebben een huismerel. We herkennen hem aan de aluminiumring aan zijn rechterpoot. Het is een mannetje van ruim twee jaar oud met normaal gesproken een gitzwart verenpak.

Maar vandaag niet, want het is tijd voor de rui. En dat is goed te zien! Het hele verenkleed zit schots en scheef en vertoont interessante kleurverschillen. Als je goed kijkt, zie je bruine, gerafelde veren op de rug van de merel (de mantel en schouder). Dat zijn veren van vorig jaar die nog geruid moeten worden. Ze zijn gebleekt door de zon en daarom bruinig geworden. Ook de duimvleugel (het kleine veertje aan het begin van de vleugel) en de buitenste handpennen zijn nog bruin. De tertials en de armpennen zijn juist al mooi zwart en dus net nieuw. Daar tussenin zit het allemaal wat rommelig: de plek waar nu geruit wordt. Precies volgens het rui-boekje.

Laatst kon ik de ring eindelijk helemaal aflezen door de vogel van vier kanten te fotograferen. De vogel blijkt op 30 juni 2024 geringd als 1e kalenderjaar, drie straten verderop. Hij overleeft dus al ruim twee jaar lang alle katten van de buurt. Een knappe prestatie!

Gevlekt kalkkrieltje in Zwolse duinen

Midden in de Zwolse polder ligt een klein duinlandschap, Duinzicht. Aangelegd en onnatuurlijk, bedacht door een projectontwikkelaar die het afkeek van Almere Duin. Met de nodige scepsis reed ik vandaag naar de woonwijk toe. Ik word al niet vrolijk van nieuwbouwwijken, laat staan van dit soort concepten. Bovendien regende het.

Gelukkig was ik niet alleen. De Zwolse insectenwerkgroep ging vandaag met vereende krachten op zoek naar zo veel mogelijk insecten in deze wijk. Want de vraag is toch ook: wat levert zo’n duinlandschap nu eigenlijk op aan biodiversiteit? Bij aankomst zag ik al meteen grote verwilderde groenstroken met wilde reseda, zeepkruid en diverse andere bloeiende planten. Heuvels met ongemaaid gras. Inheemse bomen en struiken. Op zich niet verkeerd! We begonnen te zoeken en bij de eerste boom (een den) vond ik al meteen een zeldzame springspin, de glanzende dennenspringer. Kijk eens aan, misschien meegelift tijdens de aanplant? Een bolle duinslak, idem dito. Maar ook veel icarusblauwtjes, verstopt in het natte gras, hooibeestjes, wantsen, kevertjes, sprinkhanen. Moeiteloos vonden we tientallen soorten insecten. Vlak voor tijd viel mijn oog op een klein zweefvliegje. Het bleek het zeldzame gevlekt kalkkrieltje, een soort van droge warme graslanden. Tot 2020 kwam deze soort alleen in Zuid-Limburg voor, maar langzaam rukt hij naar het noorden op.

Al met al ben ik positief verrast over dit wijkje: er zitten naar mijn indruk veel meer insecten, zowel qua aantallen als qua soorten, dan in standaard groenstroken. Het gesleep met zand en planten vraagt om kritische reflectie, maar zo’n aanpak kan wel een lokale hotspot van biodiversiteit creëren.

Dag 3: Diffelen – Zwolle (75 km)

Na een heerlijk ontbijt fiets ik rond 11u de camping af. Hier kom ik zeker nog eens terug. Doel van vandaag is om een paar bosvennetjes te bezoeken in de hoop op een Oosterse witsnuitlibel. Ik weet geen enkele plek op de route waar de soort dit jaar met zekerheid zit, maar we proberen het gewoon. Bij het eerste vennetje, vlak achter de camping, vliegen alleen enkele watersnuffels en gewone oeverlibellen. Het water staat er erg laag.

Ik neem een lusje bovenlangs via het Reestdal. Leuk bedacht, maar in de praktijk iets minder: de Reest laat zich amper zien en het fietspad voert langs een vrij drukke weg. Nee, dan wint de Regge het van de Reest.

Na 40 km volgt Boswachterij Staphorst met verschillende vennetjes. Bij het ven de Oude Vijver gaat mijn hartslag iets omhoog: dit is de plas waar nog niet zo lang geleden de meeste soorten libellen zijn geteld in het Landelijk Meetnet Libellen. Hier moet het wemelen van de leuke soorten!

Helaas staat er een verboden toegangsbord en een hek voor de plas.

Er komt een meneer aanlopen met een hond. Hij pakt de twee ijzerdraden van het hek, duwt ze naar beneden en stapt eroverheen. De hond volgt. Ik ben stomverbaasd. De man loopt naar de plas en laat zijn hond even wat drinken. Verderop zie ik een andere man – ook met een hond. Nou ja zeg, is dit een hondenuitlaatgebied?

De man komt terug. Moet ik hem nu aanspreken, vraag ik me af. Maar de man spreekt mij al aan: “Lekker aan het genieten van de natuur?”

Het is een oudere man, met witte baard en een vriendelijke blik. Zeker, zeg ik, ik ben alleen verbaasd om u zo over dat hek te zien klimmen, terwijl er toch een verboden toegangsbord staat.

Hij lacht. “Ze hebben dat hek hier vorig jaar neergezet”, zegt de man. “Verboden was het al langer. Maar vroeger was het een recreatieplas. Toen was het hier een drukte van jewelste. Maar ik kom hier dagelijks.”

De man blijkt honderd meter verderop te wonen – dit is zijn wereld. “Ik heb hier als kind veel gespeeld. Ze hebben verderop een nieuwe recreatieplas gegraven, en toen moest iedereen hier weg.” Langzaam kantelt mijn perspectief.

Weet u wat ik doe, zeg ik. Ik ga ook het hekje even over. De man vindt dat een goed plan en wenst me een fijne dag. Zo gezegd zo gedaan. Aan de andere kant van het hek staat kleine zonnedauw, een kwetsbaar plantje van extreem voedselarme en zure plekken, zoals dit vennetje dus. Ik schuifel langs de oever en zie watersnuffels en gewone oeverlibellen. Snel ga ik weer terug, op verboden terrein is het niet fijn libellen kijken.

Ik fiets verder. De lucht betrekt en de kansen om leuke libellen en vlinders te vinden daalt met de minuut. Ten noorden van Zwolle doe ik een poging om het oranje zandoogje te vinden. Dat lukt niet, maar er zijn wel twee hele fraaie bermen, vol met grote pimpernel, blauwe knoop en tormentil. Ik blijf te lang kijken en sprint daarna naar huis.

Dag 2: Bathmen – Diffelen (72 km)

Als ik wakker word, regent het licht. De eerste regen in weken! Met gemengde gevoelens pak ik de natte tent in.

Na een paar kilometer fietsen zie ik een molen met een terras. Ik stap af en zet mijn fiets tegen een paaltje. “Lekker aan het fietsen?”, zegt een man die de molen uit komt lopen. Ja, zeg ik, een rondje door Salland. Is hier koffie? “Ja”, zegt de man, “kom maar binnen”. De man is vandaag de gastheer van de molen. Ik stel wat vragen over de molen en krijg te horen dat hij nog werkt en vooral veevoer maalt. Terwijl ik hier nog over nadenk, lopen we met de koffie naar buiten. “Zie je die hoopjes? Er zitten hier allemaal bijen onder het terras”, zegt de man. Ik zie het nu ook: overal zandhoopjes waar bijen in en uit vliegen. “Volgens mij is het de zwartbronzen zandbij”, zegt de man. Ik twijfel, maar kan dat niet goed beredeneren. We maken een foto van een bij en halen hem door de beeldherkenning. Natuurlijk, de pluimvoetbij! Het zijn er tientallen.

Het klaart op. Tijd om de benen te testen op de klimmetjes van de Sallandse Heuvelrug. Hoe zou de heide er bij staan na al die droogte? Dat valt niet tegen, want het paars vlamt overal op. Het zijn vooral de jonge scheuten die in bloei staan, is mijn indruk, al kan ik het fietsend niet goed beoordelen. In de verte zie ik een herder met schapen, dus ik stop voor een foto. Hier is de heide wel volledig verdroogd.

Ik daal af naar het beekdal van de Regge, die sinds enkele jaren weer mag meanderen. Bij de stuw Hancate kruist het Overijssels kanaal met de Regge. Ik vraag me af hoe dat werkt: geen aquaduct, geen pompen, maar een kanaal dat blijkbaar onder de Regge doorstroomt. Bij de vistrap laten een aantal fraaie mannetjes van de weidebeekjuffer zich bewonderen. Ze dartelen in de druilerige regen boven het snelstromende water.

Vlak na Ommen kom ik over een zandweggetje. Normaal gesproken houd ik van onverharde wegen, maar vandaag blijkt het een ramp. De natte bovenlaag plakt aan elkaar en laat makkelijk los van de gortdroge onderlaag. Gevolg: banden, spatborden, ketting, alles onder het zand. Terwijl ik bij een erf met een stokje het zand uit de fiets sta te peuteren, zie ik in de voortuin een sproeier staan. Ik bedenk me geen moment en zet mijn fiets in de sproeier. Als de huiseigenaar even later verbaasd komt aanlopen, leg ik uit wat ik aan het doen ben. Hij zegt niks, trekt de sproeier uit de grond en spuit mijn fiets grondig schoon. Zo doe je dat in Salland.

Na ruim 70 km op de teller zet ik mijn tentje neer op natuurkampeerterrein De Klashorst.

Dag 1: Zwolle – Bathmen (55 km)

Het is alweer twee jaar geleden dat ik een fietskampeertocht heb gemaakt. Het is dus weer even puzzelen met de bagage en de route-apps. Omdat het een snikhete dag gaat worden, neem ik veel drinken mee, maar geen eten of jas.

Langs de IJssel staat het water lager dan ooit. De geulen in de uiterwaarden zijn grotendeels drooggevallen en de rivier zelf is verworden tot een smal lint, waar schepen zich niet meer op wagen. Ook het fietspontje ligt eruit vanwege de extreme droogte, waardoor er nauwelijks fietsers zijn in de uiterwaarden. Het geeft een aangenaam rustige sfeer, met een beklemmend randje.

In de uiterwaarden vliegen opvallend veel koninginnenpages rond. Ze zweven razendsnel van bloem naar bloem en het valt nog niet mee om er een fatsoenlijke foto van te maken. Iets verderop laten enkele kleine parelmoervlinders zich bewonderen. Voor mij een nieuwe soort voor Nederland.

In Diepenveen bewonder ik de tuin van Renze, met name de nieuwe border waar de stroomdalflora moet gaan komen. Fraaie stenen en hoogteverschillen vormen het decor voor de planten, die worden opgekweekt in een ander deel van de tuin. We nemen de plantenlijst door en prakkeseren over de pH-waarde van de grond. Dit project gaan we volgen!

Via het Wechelerveld (geen IJsvogelvlinder) vervolg ik mijn weg door het Deventer achterland. Een thermometer langs de weg wijst 36 graden Celsius aan. Langzaam waan ik mij in De Peel: forse stallen, grote maisakkers en onafzienbare velden Engels raaigras bepalen hier het beeld. Koeien staan binnen, maar dat is met dit weer misschien sowieso beter. Net als ik mezelf beklaag over de zoveelste maisakker, snijdt er een helder watertje door een weiland. Het is de sloot waar Renze me over tipte. Kraakhelder! Op de bodem ligt een snoek van bijna een halve meter roerloos in de dekking. Langs de oever vliegen zeldzame bandheidelibellen en beekoeverlibellen. Een school rietvoorns zwenkt uit en schiet weg. Hoe zo’n geweldige sloot hier kan overleven tussen de kale grasvelden blijft een raadsel, maar wat een cadeau.

Iets verderop parkeer ik mijn fiets op het natuurveldje van camping Campeerd, waar loopeenden mij gezelschap houden.

Ode aan Limburg (4x)

Aan het bijkomen van vier dagen volledig opgaan in de soortenrijkdom van Zuid-Limburg. Wat was het geweldig. Wat was het een voorrecht om vier dagen lang mijn hart op te halen aan de spectaculaire en tegelijk soms zo kwetsbare Limburgse natuur!

Als ik mijn ogen dichtdoe zie ik mezelf staan in een verlaten mergelgroeve. De zon gaat bijna onder, op de achtergrond roept een vroedmeesterpad. Vlak voor mij voeren zeven dwergblauwtjes een paringsdans uit in de buurt van wondklaver, hun waardplant. Het is de enige populatie in Nederland…

Of ik zie mezelf zwoegen van het ene naar het andere veld, nergens orchideeën te bekennen. Wel bloeddorstige teken, loslopende honden en felle regenbuien. Ik geef het bijna op, totdat de hemel opeens opengaat en een veld zich openbaart waar ik alleen maar van kan dromen. Allerlei soorten orchissen, wilde akelei, en nog talloze andere bijzondere soorten paraderen in een zachtgele zee van ratelaar.

Of ik zie mezelf staan aan het begin van een eeuwenoude holle weg. Ik kreeg dit plekje getipt van een oud Limburgs baasje waarmee ik eerder op de dag een half uur op een bankje had gezeten. We praatten over vroeger, over eetbare planten en het kweken van orchideeën. Dat weggetje dus… Ik kijk mijn ogen uit. Grote muggenorchis, voorjaarsganzerik, smal fakkelgras, kalkwalstro, en ga zo maar door. Twaalf (zeer) zeldzame soorten in één onbeschermde berm.

Of ik zie mezelf bovenop de Kunderberg staan. Ik kijk uit over een groot veld en zie esparcette bloeien, alweer de 50e zeldzame plantensoort van deze vierdaagse. Een wespendief zweeft laag over. Het is tijd om naar huis te gaan. We gaan weer genieten van het gewone. In de verte onweert het, maar hier schijnt de zon.

Orchideeën

Orchideeën zijn bijzondere planten. Diverse soorten maken geen nectar aan maar misleiden hun bezoekers (hommel, wesp, kever etc) door te lijken op een nectarproducerende bloem of zelfs te lijken op een vrouwelijk insect! Vandaag zag ik enkele bijzondere soorten in Zuid-Limburg waar ze erg zeldzaam zijn.

Een schitterende wadi

De wadi is momenteel – ondanks de droogte – het stralende middelpunt van de tuin. Langs de rand komt veel rode klaver in bloei, in het lagere deel meer Gewone rolklaver. Op beide planten veel akkerhommels, maar ook steen-, weide- en tuinhommels komen geregeld langs. Van de nachtvlinders is de klaverspanner het vermelden waard: fraaie nachtvlinder die de klaver wel weet te waarderen.

En als klap op de vuurpijl bezoek van een distelvlinder, die gisteravond en vanochtend langdurig foerageerde op de rode klaver. Niks mis mee, die klavers 🙂

Geniaal

De gewone veldsalie laat zich op een geniale manier bestuiven: via de rug van hommels! Goed te zien in onderstaand filmpje. Als de hommel de bloem ingaat, drukt zij met haar kop op een “mechaniekje” waardoor twee witte helmdraden neerdalen op de rug van de hommel. Aan het uiteinde van de helmdraden zit een helmknop die stuifmeel loslaat. Bij het ingaan van de volgende bloem schuift de rug van de hommel langs de stempel (het “slangentongetje” dat uitsteekt aan de bovenkant van de bovenlip) en bevrucht zo de plant. Meesterlijk om te zien!
Veldsalie doet het erg goed in droge delen van de tuin en in potten in de volle zon.

Rondje Zwolle

Rondje Zwolle gefietst, 40km, 87 vogelsoorten.
Met als hoogtepunt een zingend paapje. Ik ben sowieso al blij met deze fraaie doortrekker, maar een zingend mannetje in vers zomerkleed …. oef, daar sta ik even uitgebreid voor stil! Het rondje begon ook al bijzonder met een hoempende roerdomp vlakbij het startpunt.
Opvallend was de totale afwezigheid van steltjes in de Vreugderijkerwaard. Wel wintertaling en stormmeeuw, soorten die in mei nog wel eens lastig kunnen zijn.
Met iets meer tijd en een extra lusje langs Windesheim is honderd soorten zeker haalbaar.