Dag 3: Diffelen – Zwolle (75 km)

Na een heerlijk ontbijt fiets ik rond 11u de camping af. Hier kom ik zeker nog eens terug. Doel van vandaag is om een paar bosvennetjes te bezoeken in de hoop op een Oosterse witsnuitlibel. Ik weet geen enkele plek op de route waar de soort dit jaar met zekerheid zit, maar we proberen het gewoon. Bij het eerste vennetje, vlak achter de camping, vliegen alleen enkele watersnuffels en gewone oeverlibellen. Het water staat er erg laag.

Ik neem een lusje bovenlangs via het Reestdal. Leuk bedacht, maar in de praktijk iets minder: de Reest laat zich amper zien en het fietspad voert langs een vrij drukke weg. Nee, dan wint de Regge het van de Reest.

Na 40 km volgt Boswachterij Staphorst met verschillende vennetjes. Bij het ven de Oude Vijver gaat mijn hartslag iets omhoog: dit is de plas waar nog niet zo lang geleden de meeste soorten libellen zijn geteld in het Landelijk Meetnet Libellen. Hier moet het wemelen van de leuke soorten!

Helaas staat er een verboden toegangsbord en een hek voor de plas.

Er komt een meneer aanlopen met een hond. Hij pakt de twee ijzerdraden van het hek, duwt ze naar beneden en stapt eroverheen. De hond volgt. Ik ben stomverbaasd. De man loopt naar de plas en laat zijn hond even wat drinken. Verderop zie ik een andere man – ook met een hond. Nou ja zeg, is dit een hondenuitlaatgebied?

De man komt terug. Moet ik hem nu aanspreken, vraag ik me af. Maar de man spreekt mij al aan: “Lekker aan het genieten van de natuur?”

Het is een oudere man, met witte baard en een vriendelijke blik. Zeker, zeg ik, ik ben alleen verbaasd om u zo over dat hek te zien klimmen, terwijl er toch een verboden toegangsbord staat.

Hij lacht. “Ze hebben dat hek hier vorig jaar neergezet”, zegt de man. “Verboden was het al langer. Maar vroeger was het een recreatieplas. Toen was het hier een drukte van jewelste. Maar ik kom hier dagelijks.”

De man blijkt honderd meter verderop te wonen – dit is zijn wereld. “Ik heb hier als kind veel gespeeld. Ze hebben verderop een nieuwe recreatieplas gegraven, en toen moest iedereen hier weg.” Langzaam kantelt mijn perspectief.

Weet u wat ik doe, zeg ik. Ik ga ook het hekje even over. De man vindt dat een goed plan en wenst me een fijne dag. Zo gezegd zo gedaan. Aan de andere kant van het hek staat kleine zonnedauw, een kwetsbaar plantje van extreem voedselarme en zure plekken, zoals dit vennetje dus. Ik schuifel langs de oever en zie watersnuffels en gewone oeverlibellen. Snel ga ik weer terug, op verboden terrein is het niet fijn libellen kijken.

Ik fiets verder. De lucht betrekt en de kansen om leuke libellen en vlinders te vinden daalt met de minuut. Ten noorden van Zwolle doe ik een poging om het oranje zandoogje te vinden. Dat lukt niet, maar er zijn wel twee hele fraaie bermen, vol met grote pimpernel, blauwe knoop en tormentil. Ik blijf te lang kijken en sprint daarna naar huis.

Ode aan Limburg (4x)

Aan het bijkomen van vier dagen volledig opgaan in de soortenrijkdom van Zuid-Limburg. Wat was het geweldig. Wat was het een voorrecht om vier dagen lang mijn hart op te halen aan de spectaculaire en tegelijk soms zo kwetsbare Limburgse natuur!

Als ik mijn ogen dichtdoe zie ik mezelf staan in een verlaten mergelgroeve. De zon gaat bijna onder, op de achtergrond roept een vroedmeesterpad. Vlak voor mij voeren zeven dwergblauwtjes een paringsdans uit in de buurt van wondklaver, hun waardplant. Het is de enige populatie in Nederland…

Of ik zie mezelf zwoegen van het ene naar het andere veld, nergens orchideeën te bekennen. Wel bloeddorstige teken, loslopende honden en felle regenbuien. Ik geef het bijna op, totdat de hemel opeens opengaat en een veld zich openbaart waar ik alleen maar van kan dromen. Allerlei soorten orchissen, wilde akelei, en nog talloze andere bijzondere soorten paraderen in een zachtgele zee van ratelaar.

Of ik zie mezelf staan aan het begin van een eeuwenoude holle weg. Ik kreeg dit plekje getipt van een oud Limburgs baasje waarmee ik eerder op de dag een half uur op een bankje had gezeten. We praatten over vroeger, over eetbare planten en het kweken van orchideeën. Dat weggetje dus… Ik kijk mijn ogen uit. Grote muggenorchis, voorjaarsganzerik, smal fakkelgras, kalkwalstro, en ga zo maar door. Twaalf (zeer) zeldzame soorten in één onbeschermde berm.

Of ik zie mezelf bovenop de Kunderberg staan. Ik kijk uit over een groot veld en zie esparcette bloeien, alweer de 50e zeldzame plantensoort van deze vierdaagse. Een wespendief zweeft laag over. Het is tijd om naar huis te gaan. We gaan weer genieten van het gewone. In de verte onweert het, maar hier schijnt de zon.

Orchideeën

Orchideeën zijn bijzondere planten. Diverse soorten maken geen nectar aan maar misleiden hun bezoekers (hommel, wesp, kever etc) door te lijken op een nectarproducerende bloem of zelfs te lijken op een vrouwelijk insect! Vandaag zag ik enkele bijzondere soorten in Zuid-Limburg waar ze erg zeldzaam zijn.

Een schitterende wadi

De wadi is momenteel – ondanks de droogte – het stralende middelpunt van de tuin. Langs de rand komt veel rode klaver in bloei, in het lagere deel meer Gewone rolklaver. Op beide planten veel akkerhommels, maar ook steen-, weide- en tuinhommels komen geregeld langs. Van de nachtvlinders is de klaverspanner het vermelden waard: fraaie nachtvlinder die de klaver wel weet te waarderen.

En als klap op de vuurpijl bezoek van een distelvlinder, die gisteravond en vanochtend langdurig foerageerde op de rode klaver. Niks mis mee, die klavers 🙂

Luttenbergerven

Vandaag heerlijk gestruind met broer Renze bij het Luttenbergerven. Een wonderschoon natuurpareltje midden tussen de boerenbedrijven. Een paar zeldzame soorten proberen er moedig stand te houden. Zoals de aardbeivlinder (een landelijk zeldzame soort), blauwe zegge, zwarte zegge, spaanse ruiter, kale jonker, tormentil en nog vele andere soorten van het blauwgrasland.

Bijenexcursie

Heerlijke veldexcursie vanmiddag in het kader van de hommelcursus die ik volg. Het liep uit op drie uur struinen door het Westerveldse Bos op zoek naar alles wat beweegt, met oa de zeldzame weidebij en diens parasiet de bonte wespbij (eveneens zeldzaam). Verder diverse andere mooie bijen, zweefvliegen, langsprietmotten en zelfs nog wat vleesetende planten!

Droogbloemen op de vaas

Het is tijd om in de tuin de dode takken weg te halen. Zet het op de vaas en je wintersilhouet wordt een fraai droogboeket. Hier twee voorbeelden met knoopkruid, lange ereprijs, akkerklokje, wilde marjolein en septemberkoning.

Russen in de tuin!

Ik heb russen in de tuin. Bloeiend en wel. Allereerst is er de grote veldbies (Luzula sylvatica): een mooie, stevige, polvormende, wintergroene en inheemse plant voor schaduwrijke plekjes. In de volle zon staat zijn neefje: de gewone veldbies (Luzula campestris). Ook deze staat al in bloei. Ik ontdekte verschillende planten in onze wadi, opgekomen uit het zaadmengsel dat ik hier 1,5 jaar geleden heb gestrooid.
Beide veldbiezen behoren tot de familie der russen.