Natuurherstel of natuurverlies?

Rustig tijdloos herfstweer. Karien en ik maken vandaag een rondje over de Lemelerberg, langs de Regge en terug over de Archemerberg. Op de Lemelerberg zien we iets dat lijkt op een kaalslag, maar wat een natuurherstelproject blijkt te zijn: bos wordt hier omgezet in heide. Zo komen er meer nachtzwaluwen en boomleeuweriken.

Bijzonder blij ben ik met de vondst van echte guldenroede in een houtwal langs de kant van de weg tussen Lemele en de Regge. Een relatief grote groeiplaats van deze inmiddels vrij zeldzame plant, al zie ik dat de plant hier behoorlijk weggedrukt wordt door Amerikaanse vogelkers. Ook hier lijkt ingrijpen nodig.

Onderweg lees ik over de winnaar van de natuurboekenprijs 2026, “Archief van mogelijk verlies” van Tine Hens. Ik voel een zekere teleurstelling. De jury kiest voor een melancholisch, subjectief-gedreven verliesnarratief, waarbij verwondering een reactie wordt op wat dreigt te verdwijnen. Terwijl ze ook had kunnen kiezen voor verwondering voor dat wat er feitelijk is en wat door goed kijken wordt onthuld. De vier andere boeken gingen over dit laatste, de klassieke veldbiologie.

Ik begrijp wel dat het verliesverhaal als urgenter wordt ervaren. Maar inmiddels is dat al lang niet meer een gedurfde of verrassende keuze. Het is zelfs voorspelbaar geworden: de jury beloont deugdzame ecologische rouw, omdat dat past bij het dominante narratief dat we met zijn allen diep ongelukkig moeten zijn over de staat van de natuur.

Maar wie echte, diepe verwondering zoekt over de veerkracht en de magie van het leven, gaat er op uit, observeert, onderzoekt, gaat op de knieën met een loepje, om boven alles de rijkdom te blijven zien van wat er wél is.

Het publiek wist beter en koos voor de Crossbill guide van Nederland.

Grijze januaridag?

Soms kan ik een beetje somber worden van die eindeloos grijze januaridagen. Vandaag niet, want ik zag en hoorde: baltsende koolmezen, heggenmussen, boomkruipers en houtduiven, een turkse tortel met takje in de snavel, een pimpelmees op inspectie in een nestkastje, bloeiende sneeuwklokjes, bloeiende zwarte elzen, uitlopende vlieren en krokussen ruim boven de grond! De natuur staat niet stil.

Dat!

Dat je een tuin hebt.
En dat je thuis moet werken.
En dat het lente is.
Eindelijk lente!

Dat je sleedoorn hebt.
En dat die staat te bloeien.
En dat je daar naar kijkt.
Eindelijk bloemen!

Dat het zonnig is.
En dat alles groeit en straalt.
En hé, daar vliegt een vlinder!
Eindelijk vlinders!

En dat dan die vlinder
Precíes naar de sleedoorn gaat
Daar neerstrijkt en blijft zitten …

Dat!

Dagpauwoog op sleedoorn

Wijsheid

Als mensheid rollen we van crisis naar crisis. In deze donkere dagen hebben we meer dan ooit een licht nodig dat ons de juiste weg wijst. David Attenborough pleit in de schitterende en roerende docu “A Life on Our Planet” voor wijsheid. Wijsheid om te beseffen dat we als mensheid in alle opzichten afhankelijk zijn van het grote geheel. Ik verbind deze gedachte vanavond aan kerst, waarin het Grote Geheel zich uitstrekt naar de mens in een uiterste poging om contact te maken. Drie wijzen komen erop af.

Gewonnen!

Met onderstaande inzending heb ik het boek “Wat bomen ons vertellen” van Valerie Trouet gewonnen! Een prijsvraagje georganiseerd door The Pollinators. De inzending geeft antwoord op de vraag waarom ik het boek zou willen hebben:

Waarom?
Als ik dat nou eens ga vertellen!
T’is namelijk heel eenvoudig.

Bomen bewonder ik van jongsaf aan.
Omdat ze indruk maken
Met hun oude gebarsten bast
En takken in de vreemdste vormen
Natuurlijk wijzend naar omhoog.

Onvoorstelbaar groot is hun wortelgestel
Nog groter dan we zien aan boom
Schimmels voeden de worteltoppen, wie weet ervan?

Van binnen barst het van mysterieuze ringen
En die vertellen een groots verhaal
Rijk is wie daarvan kennis heeft en
Taal geeft aan die onzichtbare schat
En hier, bij mij, treft u een luisterend oor
Laat mij uw ringen lezen
Lord of the Rings!
En laat mij vliegen
Naar vervlogen tijden!

Zugunruhe

Al dagen heb ik er last van: het gevoel dat de vogeltrek mij door de vingers glipt. Ik heb vakantie en het vliegt gigantisch. Dagelijks sneuvelen er records. Maar ik heb klussen te doen in het nieuwe huis en rijd de kinderen van het ene naar het andere logeeradres. Tussendoor sta ik in de tuin om ook iets mee te krijgen van het koper-, kollen- en kramsengeweld, deelgenoot te worden van het fenomeen vogeltrek.
Toch weet ik het niet. Ik krijg het koud en grijp weer naar kwast en kitspuit.


’s Nachts lig ik wakker. Onrustig. Ik vlieg naar het zuidwesten en sta opeens op mijn trektelstekkie aan de rand van Houten. Het uitzicht is weids, de zonsopkomst gloedvol. De lucht sijpelt vol vogels en een rode wouw glijdt langzaam voorbij.