Huismerel in de rui

We hebben een huismerel. We herkennen hem aan de aluminiumring aan zijn rechterpoot. Het is een mannetje van ruim twee jaar oud met normaal gesproken een gitzwart verenpak.

Maar vandaag niet, want het is tijd voor de rui. En dat is goed te zien! Het hele verenkleed zit schots en scheef en vertoont interessante kleurverschillen. Als je goed kijkt, zie je bruine, gerafelde veren op de rug van de merel (de mantel en schouder). Dat zijn veren van vorig jaar die nog geruid moeten worden. Ze zijn gebleekt door de zon en daarom bruinig geworden. Ook de duimvleugel (het kleine veertje aan het begin van de vleugel) en de buitenste handpennen zijn nog bruin. De tertials en de armpennen zijn juist al mooi zwart en dus net nieuw. Daar tussenin zit het allemaal wat rommelig: de plek waar nu geruit wordt. Precies volgens het rui-boekje.

Laatst kon ik de ring eindelijk helemaal aflezen door de vogel van vier kanten te fotograferen. De vogel blijkt op 30 juni 2024 geringd als 1e kalenderjaar, drie straten verderop. Hij overleeft dus al ruim twee jaar lang alle katten van de buurt. Een knappe prestatie!

Rondje Zwolle

Rondje Zwolle gefietst, 40km, 87 vogelsoorten.
Met als hoogtepunt een zingend paapje. Ik ben sowieso al blij met deze fraaie doortrekker, maar een zingend mannetje in vers zomerkleed …. oef, daar sta ik even uitgebreid voor stil! Het rondje begon ook al bijzonder met een hoempende roerdomp vlakbij het startpunt.
Opvallend was de totale afwezigheid van steltjes in de Vreugderijkerwaard. Wel wintertaling en stormmeeuw, soorten die in mei nog wel eens lastig kunnen zijn.
Met iets meer tijd en een extra lusje langs Windesheim is honderd soorten zeker haalbaar.

Eerste tjif

Voor mij is het voorjaar pas echt begonnen met de eerste zingende tjiftjaf. Vanochtend was het zo ver tijdens een bijzonder frisse ochtendwandeling. Heerlijk! Mijn twee-na-vroegste tjif ooit.

Ook leuk om dat even in perspectief plaatsen want ik noteer dit inmiddels sinds 1996. In die periode hoorde ik de eerste zingende tjiftjaf gemiddeld 16 dagen eerder: van 25 maart in 1996 naar 9 maart nu.
De datum van de eerste zang blijkt vrij sterk af te hangen van de gemiddelde temperatuur in maart.

Rottumeroog

Na een ommelandse reis van ruim 9 uur zette ik gisteren voet aan wal op Rottumeroog: het meest afgelegen stukje van Nederland. Misschien ook wel het meest pure, wilde en dynamische stukje Nederland. Mensen komen er niet, op wat vogelwachters na, er is geen bebouwing en de elementen hebben volledig vrij spel. Onder invloed van wind en water verandert het eiland voortdurend van vorm en schuift het tientallen meters per jaar op.
Dikke mist tijdens de heenreis. Wat is het dan bijzonder om midden op de Waddenzee zangvogeltjes te zien opdoemen die op korte afstand van de boot een eindje meevliegen. Graspiepers, veldleeuweriken, zanglijsters, zelfs een roodborst. Maar de grootste verrassing was een zangvogeltje dat uitgeput neerplofte op de boot: een bladkoning! Zat een paar minuten versuft voor zich uit te kijken en vloog daarna naar de voorplecht om daar nog wat vliegjes te vangen en zelfs kort te zingen. Na een geweldige show van 10 minuten vertrok hij weer de mist in. Even later vloog een kleine jager op naast de boot, ook niet verkeerd. En toen moest Rottumeroog nog komen. Een memorabele dag!

Grasmus in de tuin!

Het gaat nu hard met veel nieuwe vogels en een mix aan allerlei insecten. Gisteren werd ik verrast door een foeragerende grasmus in de tuin! Die had ik hier midden in de woonwijk echt niet verwacht. Ik had laatst een tak van een gewone vogelkers afgesnoeid en met blad en al in de grond gestoken. Op de bladeren wemelt het van de bladluizen en daar zat die grasmus van te snoepen!
Vandaag kwam er nog een zwarte wouw over (waar niet kan je je bijna afvragen) even later gevolgd door een slechtvalk. Qua vogels gaat het dus prima! Iets minder gaat het vooralsnog met de zweefvliegen (nog maar 2 soorten) en de solitaire bijen (4 soorten). Gelukkig breekt hier nu een goede periode voor aan.

Héél veel geluk

Zaterdag krijg ik een app-berichtje: een lammergier vliegt recht op Zwolle af! Het is de vogel die al een paar dagen op de Veluwe rondhangt. Majestueus beest met spanwijdte van 3 meter. Helaas kan ik er niet op wachten, ik moet naar De Lemeler Esch Natuurcamping waar familie op mij wacht.

Ik dus braaf naar de camping. En wat verschijnt daar vijf dagen later in vol ornaat? De lammergier! De vogel is neergestreken op een heuvel pal náást de camping! En terwijl we de gigantische vogel uitgebreid bewonderen, zien we ook nog kleine bonte specht, zwarte specht, beflijster, appelvink, tapuit, raaf en vrouwtje koekoek. Vogels kijken is soms héél veel geluk hebben.

Zeearend over de tuin

Nog nooit had ik er eentje over de tuin, maar vandaag was het raak: een zeearend! Even later gevolgd door een rode wouw. Geluksmomentjes!

Wintervogels

De sneeuw zorgt voor ideale omstandigheden om het gedrag en verenkleed van vogels in de tuin eens goed te bekijken. Bijvoorbeeld van merels, spreeuwen en roodborstjes:
– merelmannetjes zijn niet allemaal zwart: als je goed kijkt zie je soms mannetjes met bruine vleugels. Dit zijn jonge mannetjes die vorig jaar uit het ei zijn gekropen.
– merelvrouwtjes zijn heel divers getekend. Sommige vrouwtjes zijn op hun borst zanglijsterbruin met donkere vlekjes; sommigen zijn onder de snavel zelfs vaalwit!
– van alle merelmannetjes is er één de baas: hij loopt met een lange nek door de tuin en jaagt andere merels weg bij het voer. Terwijl hij achter de een aanzit, profiteren anderen door snel wat te snaaien op de voerplek.
– de dominante merelman (zo’n baasje als het is) gaat bij de voerplek aan de kant voor de eerste de beste spreeuw. De spreeuw is een fractie kleiner maar heeft een veel scherpere snavel. Zie foto.
– spreeuwen foerageren in groepen. Omdat ze elkaar niet wegjagen besparen ze een hoop energie.
– roodborsten verdedigen in de winter een eigen territorium en zelden tref je er twee tegelijk in je tuin. Toch zie ik er vaak twee gebroederlijk bij elkaar.