Wintervogels

De sneeuw zorgt voor ideale omstandigheden om het gedrag en verenkleed van vogels in de tuin eens goed te bekijken. Bijvoorbeeld van merels, spreeuwen en roodborstjes:
– merelmannetjes zijn niet allemaal zwart: als je goed kijkt zie je soms mannetjes met bruine vleugels. Dit zijn jonge mannetjes die vorig jaar uit het ei zijn gekropen.
– merelvrouwtjes zijn heel divers getekend. Sommige vrouwtjes zijn op hun borst zanglijsterbruin met donkere vlekjes; sommigen zijn onder de snavel zelfs vaalwit!
– van alle merelmannetjes is er één de baas: hij loopt met een lange nek door de tuin en jaagt andere merels weg bij het voer. Terwijl hij achter de een aanzit, profiteren anderen door snel wat te snaaien op de voerplek.
– de dominante merelman (zo’n baasje als het is) gaat bij de voerplek aan de kant voor de eerste de beste spreeuw. De spreeuw is een fractie kleiner maar heeft een veel scherpere snavel. Zie foto.
– spreeuwen foerageren in groepen. Omdat ze elkaar niet wegjagen besparen ze een hoop energie.
– roodborsten verdedigen in de winter een eigen territorium en zelden tref je er twee tegelijk in je tuin. Toch zie ik er vaak twee gebroederlijk bij elkaar.

Kaardebol

De grote kaardebol is een geweldige plant met zijn bijna architectonische uitstraling. De bladeren vormen een soort kommetje waar na de regen water in blijft staan. Ik heb er wel eens een merel water uit zien drinken. En in het najaar goed voor putters. Zoals vandaag! De eerste putter in onze nieuwe tuin.

Zugunruhe

Al dagen heb ik er last van: het gevoel dat de vogeltrek mij door de vingers glipt. Ik heb vakantie en het vliegt gigantisch. Dagelijks sneuvelen er records. Maar ik heb klussen te doen in het nieuwe huis en rijd de kinderen van het ene naar het andere logeeradres. Tussendoor sta ik in de tuin om ook iets mee te krijgen van het koper-, kollen- en kramsengeweld, deelgenoot te worden van het fenomeen vogeltrek.
Toch weet ik het niet. Ik krijg het koud en grijp weer naar kwast en kitspuit.


’s Nachts lig ik wakker. Onrustig. Ik vlieg naar het zuidwesten en sta opeens op mijn trektelstekkie aan de rand van Houten. Het uitzicht is weids, de zonsopkomst gloedvol. De lucht sijpelt vol vogels en een rode wouw glijdt langzaam voorbij.

Een arend in de tuin

“Papa, papa, er zit een arend in de tuin!” Koen roept zijn longen uit z’n lijf, alsof hij inderdaad een arend ziet. Als ik vanaf zolder eindelijk beneden ben, zie ik geen arend maar wel iets heel leuks: een sperwer in de tuin van de buren! Een vrouwtje. “Ze vloog tegen het raam,” zegt Koen. Ze heeft een lamme vleugel, zie ik. Een vogelafdruk staat op het raam…
Nee, ze houdt haar vleugel over iets heen! Het beweegt en is grijs. Een Turkse tortel. De afdruk op het raam is van de duif die niet snel genoeg kon ontkomen aan de klauwen van de sperwer. Het duifje probeert in allerlei stuiptrekkingen te ontsnappen, maar de sperwer kent geen genade. Ze heeft honger en moet eten. Terwijl de duif nog wat spartelt, begint ze te plukken. Eerst eet ze de kop, daarna de buik. Na een half uur is van de duif niet veel meer over dan een half afgekloven kippenbout. Ze neemt hem mee als ze wegvliegt, een ontploft donskussen achterlatend.

1 pestvogel, 30 fotografen

Vijftien jaar geleden keek ik naar een boom in Enschede met maar liefst 60 pestvogels (zie waarneming). Ik verbaasde me: iedereen liep er straal aan voorbij. Vandaag verbaas ik me opnieuw: er zit welgeteld één pestvogel in Zwolle, al meer dan een week. Daar zal het inmiddels wel rustig zijn, denk ik… Staan er dertig fotografen omheen!