Een letter

Deze week weer begonnen met het “emmer zetten”: ik plaats ’s avonds een nachtvlinderemmer in de tuin, doe een schietgebedje en kijk de volgende ochtend vol nieuwsgierigheid of er wat leuks in zit. Het is net sinterklaas, maar dan spannender want je weet niet of je wat krijgt.

Vanochtend had de Grote Sint een cadeautje in de emmer gedaan: een letter. Ik moest glimlachen om deze aardige geste. Met verwondering bekeek ik de Hebreeuwse letter Noen, in tweevoud geprint op de vleugels van een nachtvlinder.

De nunvlinder

Niet normaal

Opeens zat hij er: een mannetje Sperwer op de eettafel van de buren. Pontificaal in beeld en in volle glorie. Zo krijg je deze vogel vrijwel nooit te zien. Zo gracieus, zo bloedmooi.

Normaal gesproken zien we hier het vrouwtje Sperwer wel eens door de tuin schieten. Normaal gesproken zit ze wel eens kort op de schutting of hoog in de boom.

Normaal gesproken ren je dan naar je camera toe, ondertussen de rest van het huis tot stilte manend – niemand mag nog één stap verzetten! En normaal gesproken hink-stap-spring je dan naar boven, al struikelend over de traptreden, om door het bovenraam óver de heg met de buren de vogel vast te leggen en normaal gesproken vliegt-ie dan nét weg.

Normaal gesproken dan.

Zugunruhe

Al dagen heb ik er last van: het gevoel dat de vogeltrek mij door de vingers glipt. Ik heb vakantie en het vliegt gigantisch. Dagelijks sneuvelen er records. Maar ik heb klussen te doen in het nieuwe huis en rijd de kinderen van het ene naar het andere logeeradres. Tussendoor sta ik in de tuin om ook iets mee te krijgen van het koper-, kollen- en kramsengeweld, deelgenoot te worden van het fenomeen vogeltrek.
Toch weet ik het niet. Ik krijg het koud en grijp weer naar kwast en kitspuit.


’s Nachts lig ik wakker. Onrustig. Ik vlieg naar het zuidwesten en sta opeens op mijn trektelstekkie aan de rand van Houten. Het uitzicht is weids, de zonsopkomst gloedvol. De lucht sijpelt vol vogels en een rode wouw glijdt langzaam voorbij.