Natuurherstel of natuurverlies?

Rustig tijdloos herfstweer. Karien en ik maken vandaag een rondje over de Lemelerberg, langs de Regge en terug over de Archemerberg. Op de Lemelerberg zien we iets dat lijkt op een kaalslag, maar wat een natuurherstelproject blijkt te zijn: bos wordt hier omgezet in heide. Zo komen er meer nachtzwaluwen en boomleeuweriken.

Bijzonder blij ben ik met de vondst van echte guldenroede in een houtwal langs de kant van de weg tussen Lemele en de Regge. Een relatief grote groeiplaats van deze inmiddels vrij zeldzame plant, al zie ik dat de plant hier behoorlijk weggedrukt wordt door Amerikaanse vogelkers. Ook hier lijkt ingrijpen nodig.

Onderweg lees ik over de winnaar van de natuurboekenprijs 2026, “Archief van mogelijk verlies” van Tine Hens. Ik voel een zekere teleurstelling. De jury kiest voor een melancholisch, subjectief-gedreven verliesnarratief, waarbij verwondering een reactie wordt op wat dreigt te verdwijnen. Terwijl ze ook had kunnen kiezen voor verwondering voor dat wat er feitelijk is en wat door goed kijken wordt onthuld. De vier andere boeken gingen over dit laatste, de klassieke veldbiologie.

Ik begrijp wel dat het verliesverhaal als urgenter wordt ervaren. Maar inmiddels is dat al lang niet meer een gedurfde of verrassende keuze. Het is zelfs voorspelbaar geworden: de jury beloont deugdzame ecologische rouw, omdat dat past bij het dominante narratief dat we met zijn allen diep ongelukkig moeten zijn over de staat van de natuur.

Maar wie echte, diepe verwondering zoekt over de veerkracht en de magie van het leven, gaat er op uit, observeert, onderzoekt, gaat op de knieën met een loepje, om boven alles de rijkdom te blijven zien van wat er wél is.

Het publiek wist beter en koos voor de Crossbill guide van Nederland.

Zwoele nacht

Gisteren was het bijna net zo warm als op mijn trouwdag, precies zeventien jaar geleden. Voor nachtvlinders had ik toen nog geen oog. Nu sta ik op mijn trouwdag in de tuin naar nachtelijke schoonheden te kijken. Er zat er zelfs eentje bij met een hartje op de rug! Wonderlijk toch.

Van grasmat naar soortenrijkdom

Twee jaar geleden was dit een strak uitgerolde grasmat met – tot mijn grote teleurstelling – slechts 1 soort gras. Viel die “ecologische grasmat” even tegen!
Gelukkig helpt de natuur dan een handje. Al snel werd duidelijk dat het gras niet goed kon omgaan met de verdichte grond in dit deel van de tuin. En kijk nu eens naar deze 50x50cm:
Witte klaver, rode klaver, hopklaver, gewone rolklaver, gewone brunel, smalle weegbree, paardenbloem, wilde peen, kruipende boterbloem! En als je goed kijkt… ook nog wat gras.

Geniaal

De gewone veldsalie laat zich op een geniale manier bestuiven: via de rug van hommels! Goed te zien in onderstaand filmpje. Als de hommel de bloem ingaat, drukt zij met haar kop op een “mechaniekje” waardoor twee witte helmdraden neerdalen op de rug van de hommel. Aan het uiteinde van de helmdraden zit een helmknop die stuifmeel loslaat. Bij het ingaan van de volgende bloem schuift de rug van de hommel langs de stempel (het “slangentongetje” dat uitsteekt aan de bovenkant van de bovenlip) en bevrucht zo de plant. Meesterlijk om te zien!
Veldsalie doet het erg goed in droge delen van de tuin en in potten in de volle zon.

Een letter

Deze week weer begonnen met het “emmer zetten”: ik plaats ’s avonds een nachtvlinderemmer in de tuin, doe een schietgebedje en kijk de volgende ochtend vol nieuwsgierigheid of er wat leuks in zit. Het is net sinterklaas, maar dan spannender want je weet niet of je wat krijgt.

Vanochtend had de Grote Sint een cadeautje in de emmer gedaan: een letter. Ik moest glimlachen om deze aardige geste. Met verwondering bekeek ik de Hebreeuwse letter Noen, in tweevoud geprint op de vleugels van een nachtvlinder.

De nunvlinder

Sleedoornpage in de tuin!

Sleedoornpage. Eén van de mooiste dagvlinders van Nederland. Een soort waar ik heimelijk op hoopte ooit een keer in Zwolle te zien. Jaarlijks is er een handje geluksvogels die dat overkomt, maar het blijft sprokkelen. Tegen beter weten in ben ik meerdere keren wezen zoeken bij veelbelovende Sleedoornstruwelen, maar zonder succes.
En toen wierp ik vanavond weer eens een verstrooide blik richting tuin. Er fladderde een vlinder. Middelgroot. Lichtbruin. Het streek neer op de Septemberkoning… SLEEDOORNPAGE!
Een paar gelukzalige minuten volgden. Ik riep iedereen erbij en we genoten. Van het staartje, de zwart-wit gestreepte antennes, het lichtgrijze lijfje, en dan die vleugels!
Dat het geen gemakkelijke vlinder is om te zien blijkt wel uit het aantal waarnemingen in Zwolle: slechts twee imago’s in heel 2020. Ik ben een gelukkig mens.

Ingezoomd

Het radioprogramma Vroege Vogels roept ons op om waarnemingen in de tuin met elkaar te delen onder het motto #uitgezoomd. Bij deze, maar dan onder het motto #ingezoomd. 😉
Met dank aan mijn nieuwe macro opzetlensje. Een soort knijper met een lensje die je op je telefoon zet waarmee er een wereld voor je open gaat!

1 pestvogel, 30 fotografen

Vijftien jaar geleden keek ik naar een boom in Enschede met maar liefst 60 pestvogels (zie waarneming). Ik verbaasde me: iedereen liep er straal aan voorbij. Vandaag verbaas ik me opnieuw: er zit welgeteld één pestvogel in Zwolle, al meer dan een week. Daar zal het inmiddels wel rustig zijn, denk ik… Staan er dertig fotografen omheen!