Natuurherstel of natuurverlies?

Rustig tijdloos herfstweer. Karien en ik maken vandaag een rondje over de Lemelerberg, langs de Regge en terug over de Archemerberg. Op de Lemelerberg zien we iets dat lijkt op een kaalslag, maar wat een natuurherstelproject blijkt te zijn: bos wordt hier omgezet in heide. Zo komen er meer nachtzwaluwen en boomleeuweriken.

Bijzonder blij ben ik met de vondst van echte guldenroede in een houtwal langs de kant van de weg tussen Lemele en de Regge. Een relatief grote groeiplaats van deze inmiddels vrij zeldzame plant, al zie ik dat de plant hier behoorlijk weggedrukt wordt door Amerikaanse vogelkers. Ook hier lijkt ingrijpen nodig.

Onderweg lees ik over de winnaar van de natuurboekenprijs 2026, “Archief van mogelijk verlies” van Tine Hens. Ik voel een zekere teleurstelling. De jury kiest voor een melancholisch, subjectief-gedreven verliesnarratief, waarbij verwondering een reactie wordt op wat dreigt te verdwijnen. Terwijl ze ook had kunnen kiezen voor verwondering voor dat wat er feitelijk is en wat door goed kijken wordt onthuld. De vier andere boeken gingen over dit laatste, de klassieke veldbiologie.

Ik begrijp wel dat het verliesverhaal als urgenter wordt ervaren. Maar inmiddels is dat al lang niet meer een gedurfde of verrassende keuze. Het is zelfs voorspelbaar geworden: de jury beloont deugdzame ecologische rouw, omdat dat past bij het dominante narratief dat we met zijn allen diep ongelukkig moeten zijn over de staat van de natuur.

Maar wie echte, diepe verwondering zoekt over de veerkracht en de magie van het leven, gaat er op uit, observeert, onderzoekt, gaat op de knieën met een loepje, om boven alles de rijkdom te blijven zien van wat er wél is.

Het publiek wist beter en koos voor de Crossbill guide van Nederland.