Huismerel in de rui

We hebben een huismerel. Te herkennen aan de aluminiumring aan zijn rechterpoot. Het is een mannetje van ruim twee jaar oud met normaal gesproken een gitzwart verenpak.

Maar vandaag niet, want het is tijd voor de rui. En dat is goed te zien! Het hele verenkleed zit schots en scheef en vertoont interessante kleurverschillen. Als je goed kijkt, zie je bruine, gerafelde veren op de rug van de merel (de mantel en schouder). Dat zijn veren van vorig jaar die nog geruid moeten worden. Ze zijn gebleekt door de zon en daarom bruinig geworden. Ook de duimvleugel (het kleine veertje aan het begin van de vleugel) en de buitenste handpennen zijn nog bruin. De tertials en de armpennen zijn juist al mooi zwart en dus net nieuw. Daar tussenin zit het allemaal wat rommelig: de plek waar nu geruit wordt. Precies volgens het rui-boekje.

Laatst kon ik de ring eindelijk helemaal aflezen door de vogel van vier kanten te fotograferen. De vogel blijkt op 30 juni 2024 geringd als 1e kalenderjaar, drie straten verderop. Hij overleeft dus al ruim twee jaar lang alle katten van de buurt. Een knappe prestatie!

Een twitcher in de tuin

Primeurtje vanavond: voor het eerst bezoek in de tuin van een twitcher. Een wantsen-twitcher wel te verstaan. In onze tuin zit een kolonie van de zeldzame zuidelijke groene schildwants (momenteel alleen nimfen) en een wantsenliefhebber uit de buurt wilde die héél graag zien. Dat mag natuurlijk!
Volgens waarneming.nl zijn in de openlucht alleen nimfen te zien “van half augustus tot begin oktober”, maar daar doen deze wantsen niet aan mee.

Nog meer nachtvlinders

Warm en windstil, ideale omstandigheden om nachtvlinders te kijken in de achtertuin. Onder de indruk van het karmozijnrood weeskind: groot, subtiel getekend en geheimzinnig!

Zwoele nacht

Gisteren was het bijna net zo warm als op mijn trouwdag, precies zeventien jaar geleden. Voor nachtvlinders had ik toen nog geen oog. Nu sta ik op mijn trouwdag in de tuin naar nachtelijke schoonheden te kijken. Er zat er zelfs eentje bij met een hartje op de rug! Wonderlijk toch.

Update van de inheemse border

Tijd voor wat plaatjes van de inheemse border. Blij met het beverneltorkruid (de witte schermbloemige): een perfecte toevoeging en goede insectentrekker, vooral kevers en vlinders. Verder oa: gewone brunel, betonie, witte klaver, lange ereprijs en gele kamille.

De wadi straalt nog steeds

De wadi is op dit moment hét stralende middelpunt van de tuin met een ontelbare zee van bloemen. De combinatie van rode klaver, margriet, smalle weegbree en gewone rolklaver pakt veel uitbundiger uit dan ik had gedacht. Ik kan er uren naar kijken…!
En als dikke kers op de taart een nieuwe vlindersoort voor de tuin: een groot dikkopje! Totaal onverwacht zo midden in de stad.

Van grasmat naar soortenrijkdom

Twee jaar geleden was dit een strak uitgerolde grasmat met – tot mijn grote teleurstelling – slechts 1 soort gras. Viel die “ecologische grasmat” even tegen!
Gelukkig helpt de natuur dan een handje. Al snel werd duidelijk dat het gras niet goed kon omgaan met de verdichte grond in dit deel van de tuin. En kijk nu eens naar deze 50x50cm:
Witte klaver, rode klaver, hopklaver, gewone rolklaver, gewone brunel, smalle weegbree, paardenbloem, wilde peen, kruipende boterbloem! En als je goed kijkt… ook nog wat gras.

Een schitterende wadi

De wadi is momenteel – ondanks de droogte – het stralende middelpunt van de tuin. Langs de rand komt veel rode klaver in bloei, in het lagere deel meer Gewone rolklaver. Op beide planten veel akkerhommels, maar ook steen-, weide- en tuinhommels komen geregeld langs. Van de nachtvlinders is de klaverspanner het vermelden waard: fraaie nachtvlinder die de klaver wel weet te waarderen.

En als klap op de vuurpijl bezoek van een distelvlinder, die gisteravond en vanochtend langdurig foerageerde op de rode klaver. Niks mis mee, die klavers 🙂

Geniaal

De gewone veldsalie laat zich op een geniale manier bestuiven: via de rug van hommels! Goed te zien in onderstaand filmpje. Als de hommel de bloem ingaat, drukt zij met haar kop op een “mechaniekje” waardoor twee witte helmdraden neerdalen op de rug van de hommel. Aan het uiteinde van de helmdraden zit een helmknop die stuifmeel loslaat. Bij het ingaan van de volgende bloem schuift de rug van de hommel langs de stempel (het “slangentongetje” dat uitsteekt aan de bovenkant van de bovenlip) en bevrucht zo de plant. Meesterlijk om te zien!
Veldsalie doet het erg goed in droge delen van de tuin en in potten in de volle zon.