Insecten in de bruine sloot

Vanmiddag met de insectenwerkgroep naar waterdiertjes gezocht in het moestuincomplex Aa-tuinen. Onder leiding van aquatisch ecoloog Hans mochten we een paar keer scheppen in een “vieze bruine sloot” en daarna de oogst bekijken.

Ik had geen idee wat ik kon verwachten gezien de bruine soep. Maar Hans legde uit dat de kleur wordt veroorzaakt door kwelwater en in principe weinig zegt over de kwaliteit van het water. En dat bleek: na slechts twee keer scheppen wemelde het in de witte bakken, waar de oogst in mocht, van de waterdiertjes: wantsen, libellenlarven, haften, kokerjuffers, watermijten, wormpjes, slakjes, visjes, noem maar op! Hans legde stap voor stap uit hoe je de hoofdsoorten uit elkaar houdt. Een libellenlarve wees hij aan als grote of kleine roodoogjuffer, vanwege de rechtopstaande lamellen aan de staart. Maar alles tot op soortniveau determineren? Dat blijkt priegelwerk, waar je thuis een binoculair, een meter literatuur en een lange winter voor nodig hebt. O ja, en nog minimaal vijf jaar aan ervaring.

Iets verderop werden twee grote spinnende watertorren uit het water gevist (de grootste kever van Nederland) samen met een paar waterschorpioenen. Zo werd het een verrassend rijke middag.

Gevlekt kalkkrieltje in Zwolse duinen

Midden in de Zwolse polder ligt een klein duinlandschap, Duinzicht. Aangelegd en onnatuurlijk, bedacht door een projectontwikkelaar die het afkeek van Almere Duin. Met de nodige scepsis reed ik vandaag naar de woonwijk toe. Ik word al niet vrolijk van nieuwbouwwijken, laat staan van dit soort concepten. Bovendien regende het.

Gelukkig was ik niet alleen. De Zwolse insectenwerkgroep ging vandaag met vereende krachten op zoek naar zo veel mogelijk insecten in deze wijk. Want de vraag is toch ook: wat levert zo’n duinlandschap nu eigenlijk op aan biodiversiteit? Bij aankomst zag ik al meteen grote verwilderde groenstroken met wilde reseda, zeepkruid en diverse andere bloeiende planten. Heuvels met ongemaaid gras. Inheemse bomen en struiken. Op zich niet verkeerd! We begonnen te zoeken en bij de eerste boom (een den) vond ik al meteen een zeldzame springspin, de glanzende dennenspringer. Kijk eens aan, misschien meegelift tijdens de aanplant? Een bolle duinslak, idem dito. Maar ook veel icarusblauwtjes, verstopt in het natte gras, hooibeestjes, wantsen, kevertjes, sprinkhanen. Moeiteloos vonden we tientallen soorten insecten. Vlak voor tijd viel mijn oog op een klein zweefvliegje. Het bleek het zeldzame gevlekt kalkkrieltje, een soort van droge warme graslanden. Tot 2020 kwam deze soort alleen in Zuid-Limburg voor, maar langzaam rukt hij naar het noorden op.

Al met al ben ik positief verrast over dit wijkje: er zitten naar mijn indruk veel meer insecten, zowel qua aantallen als qua soorten, dan in standaard groenstroken. Het gesleep met zand en planten vraagt om kritische reflectie, maar zo’n aanpak kan wel een lokale hotspot van biodiversiteit creëren.

Een twitcher in de tuin

Primeurtje vanavond: voor het eerst bezoek in de tuin van een twitcher. Een wantsen-twitcher wel te verstaan. In onze tuin zit een kolonie van de zeldzame zuidelijke groene schildwants (momenteel alleen nimfen) en een wantsenliefhebber uit de buurt wilde die héél graag zien. Dat mag natuurlijk!
Volgens waarneming.nl zijn in de openlucht alleen nimfen te zien “van half augustus tot begin oktober”, maar daar doen deze wantsen niet aan mee.

Nog meer nachtvlinders

Warm en windstil, ideale omstandigheden om nachtvlinders te kijken in de achtertuin. Onder de indruk van het karmozijnrood weeskind: groot, subtiel getekend en geheimzinnig!

Limburgse specialiteiten

Heerlijk die regen, eindelijk tijd om de vlinderfoto’s van Zuid-Limburg (twee weken geleden) beetje uit te zoeken. Hierbij de hoogtepunten.

Een letter

Deze week weer begonnen met het “emmer zetten”: ik plaats ’s avonds een nachtvlinderemmer in de tuin, doe een schietgebedje en kijk de volgende ochtend vol nieuwsgierigheid of er wat leuks in zit. Het is net sinterklaas, maar dan spannender want je weet niet of je wat krijgt.

Vanochtend had de Grote Sint een cadeautje in de emmer gedaan: een letter. Ik moest glimlachen om deze aardige geste. Met verwondering bekeek ik de Hebreeuwse letter Noen, in tweevoud geprint op de vleugels van een nachtvlinder.

De nunvlinder

Gewone wolzwever in de tuin

De gewone wolzwever kwam vandaag langs in de tuin. Een van mijn favoriete vliegen! Hij ziet er schattig uit met zijn wollige vachtje, én hij kan als een kolibrie stil hangen voor een bloem, om daar met zijn lange zuigsnuit nectar uit te drinken. De schaduwzijde van dit beestje is dat hij parasiteert op zandbijen. Komt gek genoeg ten noorden van Zwolle nauwelijks voor, maar ten zuiden vrijwel overal!

Steeds meer soorten herkennen

2020 was het jaar waarin ik ontzettend veel nieuwe diersoortjes in de tuin ontdekte met dank aan de app ObsIdentify. Deze app werd in november 2019 geïntroduceerd en herkent de soort op een foto met behulp van slimme beeldherkenningstechnieken (o.a. machine learning). Super handig dus!

Zo kwam ik op 164 diersoorten in / over de tuin. Leuk, maar echt niet bijzonder veel. Ik heb dan ook rustig aan gedaan, vaak lukraak wat op de foto gezet, niet alles uitgezocht etc. Maar wel heel erg genoten, en mij verbaasd over zoveel dierenleven in de tuin.

Komend jaar ga ik iets gerichter op zoek en proberen om de 250 of misschien wel 365 diersoorten te halen.