Midden in de Zwolse polder ligt een klein duinlandschap, Duinzicht. Aangelegd en onnatuurlijk, bedacht door een projectontwikkelaar die het afkeek van Almere Duin. Met de nodige scepsis reed ik vandaag naar de woonwijk toe. Ik word al niet vrolijk van nieuwbouwwijken, laat staan van dit soort concepten. Bovendien regende het.
Gelukkig was ik niet alleen. De Zwolse insectenwerkgroep ging vandaag met vereende krachten op zoek naar zo veel mogelijk insecten in deze wijk. Want de vraag is toch ook: wat levert zo’n duinlandschap nu eigenlijk op aan biodiversiteit? Bij aankomst zag ik al meteen grote verwilderde groenstroken met wilde reseda, zeepkruid en diverse andere bloeiende planten. Heuvels met ongemaaid gras. Inheemse bomen en struiken. Op zich niet verkeerd! We begonnen te zoeken en bij de eerste boom (een den) vond ik al meteen een zeldzame springspin, de glanzende dennenspringer. Kijk eens aan, misschien meegelift tijdens de aanplant? Een bolle duinslak, idem dito. Maar ook veel icarusblauwtjes, verstopt in het natte gras, hooibeestjes, wantsen, kevertjes, sprinkhanen. Moeiteloos vonden we tientallen soorten insecten. Vlak voor tijd viel mijn oog op een klein zweefvliegje. Het bleek het zeldzame gevlekt kalkkrieltje, een soort van droge warme graslanden. Tot 2020 kwam deze soort alleen in Zuid-Limburg voor, maar langzaam rukt hij naar het noorden op.
Al met al ben ik positief verrast over dit wijkje: er zitten naar mijn indruk veel meer insecten, zowel qua aantallen als qua soorten, dan in standaard groenstroken. Het gesleep met zand en planten vraagt om kritische reflectie, maar zo’n aanpak kan wel een lokale hotspot van biodiversiteit creĆ«ren.


