Wintervogels

De sneeuw zorgt voor ideale omstandigheden om het gedrag en verenkleed van vogels in de tuin eens goed te bekijken. Bijvoorbeeld van merels, spreeuwen en roodborstjes:
– merelmannetjes zijn niet allemaal zwart: als je goed kijkt zie je soms mannetjes met bruine vleugels. Dit zijn jonge mannetjes die vorig jaar uit het ei zijn gekropen.
– merelvrouwtjes zijn heel divers getekend. Sommige vrouwtjes zijn op hun borst zanglijsterbruin met donkere vlekjes; sommigen zijn onder de snavel zelfs vaalwit!
– van alle merelmannetjes is er één de baas: hij loopt met een lange nek door de tuin en jaagt andere merels weg bij het voer. Terwijl hij achter de een aanzit, profiteren anderen door snel wat te snaaien op de voerplek.
– de dominante merelman (zo’n baasje als het is) gaat bij de voerplek aan de kant voor de eerste de beste spreeuw. De spreeuw is een fractie kleiner maar heeft een veel scherpere snavel. Zie foto.
– spreeuwen foerageren in groepen. Omdat ze elkaar niet wegjagen besparen ze een hoop energie.
– roodborsten verdedigen in de winter een eigen territorium en zelden tref je er twee tegelijk in je tuin. Toch zie ik er vaak twee gebroederlijk bij elkaar.

Steeds meer soorten herkennen

2020 was het jaar waarin ik ontzettend veel nieuwe diersoortjes in de tuin ontdekte met dank aan de app ObsIdentify. Deze app werd in november 2019 geïntroduceerd en herkent de soort op een foto met behulp van slimme beeldherkenningstechnieken (o.a. machine learning). Super handig dus!

Zo kwam ik op 164 diersoorten in / over de tuin. Leuk, maar echt niet bijzonder veel. Ik heb dan ook rustig aan gedaan, vaak lukraak wat op de foto gezet, niet alles uitgezocht etc. Maar wel heel erg genoten, en mij verbaasd over zoveel dierenleven in de tuin.

Komend jaar ga ik iets gerichter op zoek en proberen om de 250 of misschien wel 365 diersoorten te halen.

Dagvlinders in 2020

Afgelopen jaar zag ik 16 soorten dagvlinders in de tuin, waarvan zes soorten slechts één keer (hieronder gemarkeerd met *). Het is dus vaak een kwestie van geluk hebben (en veel thuis zijn helpt daarbij ook).
Meest bijzondere waarneming ongetwijfeld de sleedoornpage van begin september, wat een beauty! Op de voet gevolgd door de eitjes afzettende oranje luzernevlinder. Kan me niet voorstellen dat ik dat vaker ga meemaken.
Het scheefbloemwitje maakt een sterke opmars door in NL. Ik zag hem in drie verschillende weken.
Het vaakst zag ik het klein koolwitje: vrijwel iedere week van 5 april t/m 10 oktober.
Opvallende afwezige: het icarusblauwtje. Zeer algemene vlinder, maar niet in mijn tuin…!

1 Atalanta
2 Bont zandoogje
3 Boomblauwtje
4 Bruin zandoogje
5 Citroenvlinder*
6 Dagpauwoog
7 Gehakkelde aurelia*
8 Groot koolwitje
9 Klein geaderd witje
10 Klein koolwitje
11 Kleine vos*
12 Kleine vuurvlinder
13 Oranje luzernevlinder*
14 Oranjetipje
15 Scheefbloemwitje
16 Sleedoornpage*

Kaardebol

De grote kaardebol is een geweldige plant met zijn bijna architectonische uitstraling. De bladeren vormen een soort kommetje waar na de regen water in blijft staan. Ik heb er wel eens een merel water uit zien drinken. En in het najaar goed voor putters. Zoals vandaag! De eerste putter in onze nieuwe tuin.

Een arend in de tuin

“Papa, papa, er zit een arend in de tuin!” Koen roept zijn longen uit z’n lijf, alsof hij inderdaad een arend ziet. Als ik vanaf zolder eindelijk beneden ben, zie ik geen arend maar wel iets heel leuks: een sperwer in de tuin van de buren! Een vrouwtje. “Ze vloog tegen het raam,” zegt Koen. Ze heeft een lamme vleugel, zie ik. Een vogelafdruk staat op het raam…
Nee, ze houdt haar vleugel over iets heen! Het beweegt en is grijs. Een Turkse tortel. De afdruk op het raam is van de duif die niet snel genoeg kon ontkomen aan de klauwen van de sperwer. Het duifje probeert in allerlei stuiptrekkingen te ontsnappen, maar de sperwer kent geen genade. Ze heeft honger en moet eten. Terwijl de duif nog wat spartelt, begint ze te plukken. Eerst eet ze de kop, daarna de buik. Na een half uur is van de duif niet veel meer over dan een half afgekloven kippenbout. Ze neemt hem mee als ze wegvliegt, een ontploft donskussen achterlatend.

Samen meedoen aan de nationale spinnentelling

Meegedaan met de spinnentelling van dit weekend, samen met Anna (8) en Luuk (11). Voor Luuk een echte challenge, want hij is panisch voor spinnen. We begonnen met de venstersectorspin: leuk spinnetje die verantwoordelijk is voor de vele wielwebben voor de ramen. Al snel noemden we dit de “taartpuntspin”, vanwege het ontbreken van één taartpunt in het web. Wat apart, die ontbrekende taartpunt was me nog nooit eerder opgevallen!
Anna ontdekte daarna een broeikasspin onder een laag tafeltje. Knappe vondst. We struinden door de tuin en zagen in de hulst veel lege “hangmatten”. Niet veel later liet ook de fraai gekleurde herfsthangmatspin zich zien. Die vonden we al wat griezeliger met z’n lange poten. Nog langere poten had een hooiwagen die zich probeerde te verstoppen. Ten slotte zagen we een enorm wielweb, met een dikke kruisspin ernaast. Die was toch wel een beetje té eng. De telling moest maar over zijn. Later in de middag nog eens terug naar de hulst. Wát een boel spinnen erin!

Van wateroverlast naar wadi

Sinds de aanleg van de tuin bleef steeds heel wat water staan op ons terras. Een paar gaten met grind naast het terras hielpen helaas onvoldoende.

Wat te doen? Natuurlijk: het water de tuin in laten stromen! Omdat ik toch al niet heel tevreden was met de bloemenweide, besloten we die te verdiepen tot wadi en opnieuw in te zaaien. Dik twee kuub grond is vorige week verwijderd en we waren een wadi rijker. Regenwater stroomde nu netjes van het terras de wadi in, maar bleef vervolgens dáár dagenlang staan. Ook niet de bedoeling, want we willen daar een veld met bloemen, geen vijver 🙂 . Met behulp van een grondboor ontdekten we dat er een dikke kleilaag zit op 1,20 meter diepte onder de tuin.
Van die grijze glimmende klei waar niks doorheen wil. Boetseerklei.
Vandaag de laatste rigoreuze stap gezet: de wadi tot 1,50m diep afgegraven (voorbij de klei tot aan een zandlaag) en een infiltratiekrat van 300liter geplaatst. Daarna alles weer bedekt met grond. Oef, mijn rug vond het wat minder, maar onze tuin is nu helemaal climate proof! 

Sleedoornpage in de tuin!

Sleedoornpage. Eén van de mooiste dagvlinders van Nederland. Een soort waar ik heimelijk op hoopte ooit een keer in Zwolle te zien. Jaarlijks is er een handje geluksvogels die dat overkomt, maar het blijft sprokkelen. Tegen beter weten in ben ik meerdere keren wezen zoeken bij veelbelovende Sleedoornstruwelen, maar zonder succes.
En toen wierp ik vanavond weer eens een verstrooide blik richting tuin. Er fladderde een vlinder. Middelgroot. Lichtbruin. Het streek neer op de Septemberkoning… SLEEDOORNPAGE!
Een paar gelukzalige minuten volgden. Ik riep iedereen erbij en we genoten. Van het staartje, de zwart-wit gestreepte antennes, het lichtgrijze lijfje, en dan die vleugels!
Dat het geen gemakkelijke vlinder is om te zien blijkt wel uit het aantal waarnemingen in Zwolle: slechts twee imago’s in heel 2020. Ik ben een gelukkig mens.

Oranje luzernevlinder in de tuin!

Vanmiddag een héle leuke bezoeker in de ingezaaide bloemenweide: een oranje luzernevlinder! Bijzonder, want pas de eerste waarneming in heel Overijssel dit jaar. De vlinder fladderde van plek naar plek en zat af en toe stil. Toen ik goed keek zag ik dat de vlinder steeds op klaver neerstreek. Witte honingklaver om precies te zijn, een waardplant. Ze was er zelfs eitjes op aan het afzetten! Leuk eerste succes in de bloemenweide.

Aanleg van nieuwe natuurtuin

Begin maart werd onze nieuwe natuurtuin aangelegd. In dit filmpje leg ik uit welke keuzes we hebben gemaakt en waarom.