Het is alweer twee jaar geleden dat ik een fietskampeertocht heb gemaakt. Het is dus weer even puzzelen met de bagage en de route-apps. Omdat het een snikhete dag gaat worden, neem ik veel drinken mee, maar geen eten of jas.
Langs de IJssel staat het water lager dan ooit. De geulen in de uiterwaarden zijn grotendeels drooggevallen en de rivier zelf is verworden tot een smal lint, waar schepen zich niet meer op wagen. Ook het fietspontje ligt eruit vanwege de extreme droogte, waardoor er nauwelijks fietsers zijn in de uiterwaarden. Het geeft een aangenaam rustige sfeer, met een beklemmend randje.



In de uiterwaarden vliegen opvallend veel koninginnenpages rond. Ze zweven razendsnel van bloem naar bloem en het valt nog niet mee om er een fatsoenlijke foto van te maken. Iets verderop laten enkele kleine parelmoervlinders zich bewonderen. Voor mij een nieuwe soort voor Nederland.



In Diepenveen bewonder ik de tuin van Renze, met name de nieuwe border waar de stroomdalflora moet gaan komen. Fraaie stenen en hoogteverschillen vormen het decor voor de planten, die worden opgekweekt in een ander deel van de tuin. We nemen de plantenlijst door en prakkeseren over de pH-waarde van de grond. Dit project gaan we volgen!
Via het Wechelerveld (geen IJsvogelvlinder) vervolg ik mijn weg door het Deventer achterland. Een thermometer langs de weg wijst 36 graden Celsius aan. Langzaam waan ik mij in De Peel: forse stallen, grote maisakkers en onafzienbare velden Engels raaigras bepalen hier het beeld. Koeien staan binnen, maar dat is met dit weer misschien sowieso beter. Net als ik mezelf beklaag over de zoveelste maisakker, snijdt er een helder watertje door een weiland. Het is de sloot waar Renze me over tipte. Kraakhelder! Op de bodem ligt een snoek van bijna een halve meter roerloos in de dekking. Langs de oever vliegen zeldzame bandheidelibellen en beekoeverlibellen. Een school rietvoorns zwenkt uit en schiet weg. Hoe zo’n geweldige sloot hier kan overleven tussen de kale grasvelden blijft een raadsel, maar wat een cadeau.



Iets verderop parkeer ik mijn fiets op het natuurveldje van camping Campeerd, waar loopeenden mij gezelschap houden.

