Dat je een tuin hebt.
En dat je thuis moet werken.
En dat het lente is.
Eindelijk lente!
Dat je sleedoorn hebt.
En dat die staat te bloeien.
En dat je daar naar kijkt.
Eindelijk bloemen!
Dat het zonnig is.
En dat alles groeit en straalt.
En hé, daar vliegt een vlinder!
Eindelijk vlinders!
En dat dan die vlinder
Precíes naar de sleedoorn gaat
Daar neerstrijkt en blijft zitten …
Dat!
