Het leven is niet eerlijk verdeeld. Je zou toch maar een prachtige lichtblauwe libel zijn en dan gebukt moeten gaan onder de naam Bruine Korenbout. Nee, dan heeft de Sierlijke Witsnuitlibel het beter getroffen. Achter die fantastische naam gaat ook nog eens een fantastisch verhaal schuil: in 1970 uitgestorven in Nederland, maar sinds 2006 weer terug met enorme aantallen. Het come-back verhaal lees je hier. Wat was het een heerlijk dagje libellen kijken in de Weerribben vandaag!
Vanmiddag een héle leuke bezoeker in de ingezaaide bloemenweide: een oranje luzernevlinder! Bijzonder, want pas de eerste waarneming in heel Overijssel dit jaar. De vlinder fladderde van plek naar plek en zat af en toe stil. Toen ik goed keek zag ik dat de vlinder steeds op klaver neerstreek. Witte honingklaver om precies te zijn, een waardplant. Ze was er zelfs eitjes op aan het afzetten! Leuk eerste succes in de bloemenweide.
Precies drie jaar geleden, op 31 december 2016, eindigde de Big Year van Arjan Dwarshuis en zette hij een fenomenaal wereldrecord vogels kijken neer. Hij schreef er een prachtig boek over. Lees mijn recensie op Hebban.
Vijftien jaar geleden keek ik naar een boom in Enschede met maar liefst 60 pestvogels (zie waarneming). Ik verbaasde me: iedereen liep er straal aan voorbij. Vandaag verbaas ik me opnieuw: er zit welgeteld één pestvogel in Zwolle, al meer dan een week. Daar zal het inmiddels wel rustig zijn, denk ik… Staan er dertig fotografen omheen!
Een boek over bijzondere staaltjes van de natuur. Voor als je niet vies bent van parasitaire wespen, tongetende pissebedden en botetende wormen :-). En check die filmpjes even (zie linkjes in de recensie), magisch! Lees mijn recensie op Hebban.
Afgelopen jaar las ik “Darwin in de stad” van Menno Schilthuizen. Een vriend van me zei grappend: straks ga je ook nog Dawkins lezen! Toen ik laatst in de bibliotheek een boek van Dawkins zag staan over de kracht van evolutie, dacht ik: waarom ook eigenlijk niet? Let’s give it a try … En zonder spijt: ik heb het in één adem uitgelezen. Nieuwsgierig geworden? Check dan mijn recensie op Hebban.
Tijdens een wandeling naar een waterval kwam ik en passant een blauwe ijsvogelvlinder tegen, één van mijn meest favoriete vlinders. Het is een bijna tropische verschijning, met een prachtig gekleurde bovenkant (let op de paarsblauwe stippen) én een – zo mogelijk – nóg fraaiere onderkant met verrassend rood en wit.
De meeste vlinders hebben prachtige kleuren aan de bovenkant, maar de onderkantjes komen er vaak maar bekaaid van af. Helemaal beroerd doet de dagpauwoog het wat dit betreft: felrood gekleurd van boven met grote geel-blauwe ogen. Maar de onderkant: overwegend donkerbruin en zwart… Voor in ieder geval twee groepen vlinders zijn de onderkantjes juist heel belangrijk: de blauwtjes en de parelmoervlinders. Van boven lijken deze vlinders vrijwel allemaal op elkaar, maar de onderkantjes verschillen per soort en móet je dus wel bekijken, wil je de soort op naam kunnen brengen. Bovendien zijn de onderkantjes nog erg fraai ook dus een straf is dit niet. Maar vandaag dus een soort die meteen al van bovenaf is te herkennen, maar die ik toch iedere keer ook even van onderen wil zien. Gewoon, omdat-ie zo mooi is.